Zeven aanbevelingen voor het multiculturele theater van de 21e eeuw

Zeven aanbevelingen voor het multiculturele theater van de 21e eeuw

16 juni 2015

Het publiek van theaters weerspiegelt vaak niet de multiculturele bevolkingsopbouw van de stad waarin deze instellingen opereren. Hoe kunnen theaters een pluriformer publiek binnen krijgen? Wat wordt hier al aan gedaan? En wat zijn de best practices? Dat en meer bespraken negen experts, variërend van theaterdirecteur tot wijkbewoner.

Tekst: Inge Janse

Onder meer Theater aan het Spui, de Koninklijke Schouwburg en het Nationaal Toneel hebben diversiteit – zowel op het podium als in de zaal – als speerpunt. Het is in de praktijk alleen lastig om dit ook écht te realiseren. Natuurlijk zijn er successen (met ‘Mijn Vader, de Expat’ als bekendste voorbeeld), maar in de regel is het theaterpubliek nog altijd overwegend monocultureel.

Negen betrokkenen, waaronder zakelijk directeurs, programmeurs en theatermakers, vroegen zich onderling af of diversiteit überhaupt wel een doelstelling moet zijn, welke obstakels je tegenkomt bij het realiseren hiervan, en wat goede én slechte voorbeelden zijn. Dat gesprek leverde zeven aanbevelingen op.

1: realiseer je dat er veel diversiteit zit in elke doelgroep

De observatie komt meerdere keren terug: er is niet zoiets als dé Marokkaan of dé Nederlander. Je traditionele pr-machine, zoals via flyers en websites, zal bij nieuwe doelgroepen minder goed werken. Bij niet-Westerse culturen kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van ambassadeurs, buurtprogrammeurs, contacten bij mannen- en vrouwengroepen. Maak daarom ook gebruik van focusgroepen die je helpen bepalen of een productie voor een nieuwe cultuur ook gaat werken bij de doelgroep.

Nieuwe bezoekers zijn op zoek naar een betrouwbare bron én de garantie dat het theater past bij hun levensstijl. Kunnen gelovige ouders bijvoorbeeld met hun kinderen wel naar een theater, wat toch een soort uitgaansgelegenheid is waar ook alcohol wordt geschonken? Het is daarom zaak om het vertrouwen van dit nieuwe publiek te krijgen én te houden.

2: diversiteit moet onderdeel zijn van de hele organisatie, niet alleen op het podium

Wie enkel diversiteit laat zien op het podium, redt het niet. Wil je nieuwe groepen bezoekers binnenhalen, dan moet de hele organisatie daar ook op gericht zijn. Elke doelgroep vraagt om zijn eigen benadering, variërend van etnomarketing tot baliemedewerkers die aansluiten bij de doelgroep. Uiteindelijk moet die nieuwe bezoeker zich thuis voelen tijdens elke fase van het bezoek. Er moet daarom iets veranderen in het DNA van de hele organisatie, maar realiseer je wel dat dit iets is wat veel tijd en energie kost.

3: wees consequent en kwalitatief hoogstaand

Lang werd er gedacht dat als de nieuwe doelgroep eenmaal binnen is, zij ook wel terug blijft komen. Maar zo werkt het niet. Je kunt één keer scoren met een voorstelling voor een nieuwe doelgroep, maar dat is slechts het begin. Bezoekers uit die nieuwe cultuur moeten je gaan vertrouwen en dat blijven doen. Dat vereist een consistente aanpak waarbij deze bezoekers consequent voorzien worden van kwalitatief hoogstaande producties die aansluiten bij hun cultuur. En realiseer je dat het nieuwe publiek zich misschien wel nooit gaat vermengen met het oude publiek.

4: wees in staat om in te spelen op wat er leeft

Als het theater zijn programmering helemaal sluitend maakt, dan kan er nooit ingespeeld worden op een actualiteit die voor een doelgroep heel belangrijk is of een productie die opeens aansluit. Veel nieuwe doelgroepen, zoals jongeren, maken geen keuzes voor het theater vanwege een programmaboek uit augustus, maar omdat iets opeens trending is op social media.

Hou daarom altijd dagen vrij in je programmering, zodat je rekening kunt houden met een productie die opeens urgent is. Haak vervolgens in op die actualiteit met moderne middelen, zoals social media, ludieke stunts en mond-tot-mondreclame met een lading die aansluit op het referentiekader van je doelgroep. Zo creëer je herkenning, zodat zij daarbij willen zijn en horen.

5: er zijn grenzen, dus zoek die ook op

Een veel gemaakte denkfout is dat een diverse productie automatisch gepaard gaat met kwaliteitsverlies. Kwaliteit is überhaupt een notie die cultureel bepaald is, en daardoor onderhevig aan extreme subjectiviteit. Wat in Nederland slechts een klucht is, is in Marokko een spannende vorm van verholen kritiek op de maatschappij.

Natuurlijk zijn er grenzen aan wat je kunt neerzetten: een slechte voorstelling is een slechte voorstelling, ongeacht de achtergrond van de spelers. Niettemin verplicht de zoektocht naar nieuwe doelgroepen ook om nieuwe producties te proberen, ook al ben je er zelf niet direct van overtuigd. Geef het theater de kans zichzelf en zijn publiek te verrassen.

Natuurlijk zul je soms schrikken van de kwaliteit. Ook zullen veel experimenten niet slagen. Niettemin zorgt dat experiment ook voor nieuwe verhalen, zoals al te zien is met de producties ‘Ik, Driss’, ‘Oumi’ en ‘Mijn Vader, de Expat’ over de migranten van de eerste generatie wiens verhaal eerder niet of nauwelijks verteld werd.

6: de maatschappij verandert. Meebewegen is geen optie; het is een verplichting

In de grote steden zijn er veel wijken waar meer dan de helft van de bewoners een andere culturele achtergrond heeft dan de traditionele Nederlandse. Alleen al het feit dat de traditionele doelgroep steeds kleiner wordt, verplicht theaters om te veranderen.

Het is daarom voor theaters geen vraag of zij in moeten spelen op de steeds diverser wordende maatschappij, maar een verplichting. Diversiteit, zowel op het podium als in de zaal, is een vereiste om goed te passen in de maatschappij waarin je als instelling geworteld bent.

7: Nieuw publiek start bij nieuwe makers en producties

Alle deelnemers zijn het er – in wisselende mate – over eens: meer diversiteit op het podium is de sleutel tot meer diversiteit in het publiek. Wacht daarom niet af, maar ga nieuw aanbod genereren en leid nieuwe theatermakers op. Door dat te doen, vertel je als theater ook die andere verhalen uit de maatschappij. Trek theatermakers aan die die andere verhalen kunnen vertellen, dan komt de rest vanzelf.

Kader: wie deden er mee?

  1. Rabia Amezian (zakelijk leider Zouka Media)
  2. Walter Ligthart (Zakelijk directeur NT Den Haag)
  3. Cees Debets (directeur en programmeur TahS Den Haag)
  4. Karima Sahla (directeur Steunpunt Sabr in Schilderswijk Den Haag)
  5. Andreas Fleischmann (directeur en programmeur Meervaart Amsterdam)
  6. Jorgen Tjon A Fong (programmeur culturele diversiteit Stadsschouwburg Amsterdam)
  7. Jolanda Spoel (programmeur Maaspodium)
  8. Yvette van Ooijen (multicultureel programmeur Stadsschouwburg Utrecht)
  9. Caspar Nieuwenhuis (artistiek directeur Likeminds)

Dit artikel is gebaseerd op het ronde-tafelgesprek dat plaatsvond op 20 april 2015 in de foyer van Theater aan het Spui.

Deel dit nieuwsbericht:

print

De code

Een groot deel van de kunstsector lijkt in verhouding te staan met een bepaald deel van de samenleving. Het publiek, de kijkers en de kopers zijn voornamelijk autochtone blanke Hollanders. De partners en het personeel waarmee wordt gewerkt zijn weinig heterogeen qua culturele achtergrond. De aanvragen bij de culturele fondsen, komen zelden van cultureel diverse organisaties.

De Code biedt een kapstok om integraal op het terrein van het Personeel, Publiek, Programma en Partners diversiteitsbeleid te ontwikkelen. De instellingen zijn zelf verantwoordelijkheid om de Code al dan niet toe te passen. In de praktijk gebeurt het nog relatief weinig. Door de bezuinigingen en de herschikking van de afgelopen, stond dit instrument niet meer bij iedereen op het netvlies. OCW heeft de Federatie Cultuur dit jaar gevraagd de Code weer in het vizier van de sector te brengen. In samenwerking met binoq atana is een traject ontwikkeld dat de komende jaren zal worden uitgerold.

Om een brug te slaan naar het cultureel diverse deel van de samenleving, heeft de sector in 2011 de Code Culturele Diversiteit (CCD) gelanceerd. De Nederlandse bevolking bestaat immers voor ruim 1,9 miljoen uit mensen van niet-westerse afkomst. In de grote steden liggen die percentages beduidend hoger (rond de 35%) en bovendien zijn de derde generatie migranten niet in deze percentages meegenomen. Maar dit is een relatief grote en ook jonge bevolkingsgroep waarvan ongeveer 80 procent jonger is dan 15 jaar.  Een groep waar zeker rekening mee moet worden gehouden.

print